Thomas Lerooy
(Roeselare,
1981 )
Met macabere lichtvoetigheid en naar het absurde neigende verbeelding thematiseert Thomas Lerooy het vergankelijke en het tijdloze, daadkracht en berusting, zin en onzin van het leven. In tekeningen, schilderijen en bronzen beelden legt hij nieuwe, al dan niet misleidende verbanden tussen zeventiende-eeuwse vanitassymbolen, fragmenten uit de kunstgeschiedenis en alledaagse voorwerpen: putti met gouden doodshoofden in scabreuze poses, een vrouwentorso in een urinoir of een dood vogeltje in een kapotte bal, klassieke beelden die met plakband worden samengehouden … Lerooy bestendigt de broze schoonheid, de feilbaarheid en vergeefse ijdelheid van de mens en de onontkoombare cyclus van leven en dood, kortom de ondraaglijke lichtheid van het bestaan. Hij stelde solo tentoon in onder meer het Petit Palais in Parijs, het Museum Dhondt-Dhaenens en de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel. In 2020 plaatste hij op de zeedijk in Knokke een 22 meter hoge sculptuur met 49 op elkaar gestapelde bronzen hoofden die in de richting van de zee kijken.